Home Lezingen Excursies Discussiegroepen Genootschap Historie Lidmaatschap Bestuur Statuten Contact Downloads
kop-afbeelding
Koninklijk Genootschap Physica
Natuur- en Letterkundig genootschap

"Nemo Solus Satis Sapit"
opgericht te Alkmaar in 1782

Hoofdmenu

Bijeenkomsten Koninklijk Genootschap Physica

Elke eerste maandag van de maanden oktober tot en met april (een enkele uitzondering daargelaten) organiseert het Genootschap een lezing op wetenschappelijk niveau. De lezingen vinden normaal gesproken plaats in het Wijkcentrum "Thuis in Overdie", Van Maerlantstraat 8-10, 1813BH Alkmaar. Iedere bijeenkomst begint om 20.00 uur precies en duurt tot 22.00 uur.

Het programma voor het komende seizoen vindt u onder 'Lezingen'.
Welke lezingen er in het recente verleden zijn geweest, vindt u onder 'Eerdere lezingen'.

Op 12 december 2022 spreekt:
spreker
Dr. ir. B. (Bart) Verheggen

klimaatwetenschapper

over:

"Klimaatverandering: wetenschap en maatschappij" .

In het publieke debat lopen de meningen over klimaatverandering sterk uiteen, ook over feitelijke aspecten die wetenschappelijk gezien heel helder zijn. Voor een zinnige maatschappelijke discussie is het volgens Bart Verheggen belangrijk om de wetenschappelijke inzichten goed in beeld te hebben: hoe en waarom verandert het klimaat? Welke risico’s kleven daaraan vast en hoe kunnen we die beperken? Naast de basale wetenschappelijke inzichten komen ook veelgehoorde misvattingen aan bod.

Bart Verheggen is klimaatwetenschapper en auteur van het populairwetenschappelijke boek "Wat Iedereen zou Moeten Weten over Klimaatverandering" (Prometheus, 2020). Sinds mei 2022 werkt hij als inhoudelijk klimaatspecialist bij RTL Nieuws. Daarnaast heeft hij nog een kleine positie als universitair docent aangehouden aan Amsterdam University College (AUC). Al 15 jaar roert hij zich in het publieke debat over klimaatverandering middels zijn klimaatblog, lezingen en interviews.

Op 7 november 2022 sprak:
spreker
Dr. ir. K. (Klaas) Schaafsma

over:

Metamorfosen
De wonderlijke avonturen van Emiliania Huxleyi

Nieuwsgierigheid is een van de pijlers van het wetenschappelijk bedrijf, maar is daar niet toe beperkt. In ieder bedrijf of beroep zijn er aanleidingen om verder te kijken dan de neus lang is. Zo gebruikt de papierindustrie fijnverdeeld marmer als functionele vulstof in wit papier. Dat leverde vragen op als: wat is marmer, waar komt het vandaan en waarom zijn er maar weinig vindplaatsen van het stralend witte marmer. De hoofdrolspeler bleek het nietige algje Emiliania Huxleyi te zijn, samen met familie en voorvaderen. Overal present in de oceanen, in heden en ver geologisch verleden. De uitwendige kalkskeletjes ervan cumuleerden tot dikke sedimentlagen die de basis vormden voor de hedendaagse kalklandschappen. De botsing, in slow motion, van het continent Afrika met Eurazië duwde de oorspronkelijke sedimenten eerst onder Europa en later ook omhoog. Dit veroorzaakte de metamorfose van deze sedimenten tot kalksteen en het hardere marmer. De Oostenrijkse kalkalpen en grote delen van Frankrijk en Zuid-Engeland laten zien hoe onvoorstelbaar groot de hoeveelheden zijn van de ‘stoffelijke overschotten’ van Emiliania H. en familie. Het merendeel (60 %) hiervan bestaat uit vastgelegd CO2. Dit vastleggen zorgde ervoor dat de CO2 -concentratie in de atmosfeer van de aarde in het Krijt-tijdperk uiteindelijk daalde van circa 1000 ppm tot circa 280 ppm CO2 in het (huidige) Holoceen. Minder CO2 in de atmosfeer betekent een daling van de temperatuur van de aarde. In dit geval circa 10 graad Celcius. De mensheid heeft echter inmiddels de CO2 -concentratie in slechts zeventig jaar opgedreven naar 420 ppm en het eind is nog niet in zicht. Emiliania H. en familie bindt nog steeds grootschalig CO2, maar kan de antropogene emissies er niet bij hebben. Temeer omdat het oceaanwater verzuurt door de stijging van de CO2-concentratie, wat slecht uitpakt voor de gezondheid en het functioneren van zeeorganismen met uitwendige kalkskeletten. De caleidoscopische avonturen van Emiliania H. stoppen niet in het hier en nu. De mensheid opent met zijn CO2-emissies een doos van Pandora. Interessante tijden!

Klaas Schaafsma behaalde zijn diploma chemische technologie aan de TU Delft in 1965 en werd vervolgens wetenschappelijk medewerker van prof. dr. P.M. Heertjes. Hij promoveerde in 1973 op de fotoreductie van aromatische azoverbindingen. Vanaf 1973 werkte hij als technoloog bij de centrale staf van de Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken te Maastricht, op het gebied van papierproductie, afvalwaterzuivering en kringloopsluiting. De Wet verontreiniging oppervlaktewateren van 1970 leidde tot snelle en boeiende ontwikkelingen in de industriële afvalwaterreiniging. Er viel nog veel te leren en te doen. In 1978 werd hij hoofd technologische dienst bij papierfabriek Crown van Gelder (CVG) te Velsen, toen nog deel van het grote concern Van Gelder Papier. Na het faillissement van dit concern ging CVG in 1984 zelfstandig verder. Van dit zelfstandige en bloeiende bedrijf was hij van 1994 tot 2004 algemeen directeur en van 2004 tot 2012 lid van de raad van commissarissen.
In de periode bij de KNP raakte hij al nauw betrokken bij de onderwerpen afvalwaterreiniging en milieuzorg. Vanaf 1982 was hij namens de KvK algemeen bestuurslid van enkele waterschappen in Noord-Holland. In 2003 fuseerden de zes Noord-Hollandse waterschappen ten noorden van het Noordzeekanaal tot het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), dat verantwoordelijk werd voor alle watertaken (waterveiligheid, afvalwaterreiniging, kwantitatief waterbeheer en waterkwaliteit). Vanaf dit moment was hij dagelijks bestuurslid, met de portefeuille financiën, organisatie, personeel en ICT. Als eerste taak lag daar de integratie van de zes rechtsvoorgangers van HHNK tot één organisch geheel. In 2007 kwam het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) tot stand, een alliantie van alle 21 Nederlandse waterschappen en Rijkswaterstaat die opgezet is om Nederland aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Ook in het gebied van HHNK bleken omvangrijke projecten nodig ter verbetering van de waterveiligheid en waterbeheersing. Zeespiegelstijging, intensere buien en langduriger droogteperioden verzwaren de taken van waterschappen. In 2012 nam hij afscheid van HHNK en het water.
In de periode 2003-2013 was hij bestuurslid van het Stoommachinemuseum Medemblik. Zijn interessegebieden zijn onder meer geologie en andere aardwetenschappen, cultureel en industrieel erfgoed, en klassieke muziek. In 2004 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Op 3 oktober 2022 sprak:
spreker
Prof.dr. M. (Marc) van Oostendorp

hoogleraar Nederlands en Academische communicatie.

over:

"Logische talen, eenvoudige talen, mooie talen: taalmakers van de verlichting tot nu" .

Taal is zonder twijfel hetgene wat de mens tot een succesvolle diersoort heeft gemaakt: dankzij taal kunnen mensen gedachten met elkaar delen, en de gedachten van anderen met elkaar combineren. Dankzij taal kan de mens denken met het hoofd van andere mensen. De taalwetenschap is de wetenschappelijke studie van hoe dat wonderlijke fenomeen werkt: waar komt het vandaan? Hoe zitten bestaande talen in elkaar? Waar gebruiken wij mensen taal voor en wat zijn daarbij de obstakels? Al zeker sinds de tijd van de verlichting zijn er mensen geweest die ontevreden waren met de bestaande talen en daarom nieuwe talen ontwierpen. Tot hen behoorden sommige van de grootste geleerden en schrijvers uit de geschiedenis, toch heeft geen van die talen ooit de wereld veroverd. Wel kunnen we heel veel leren uit al die pogingen: over waarom die pogingen gestrand zijn, over hoe taal dan wél werkt, over de uitvindingen die uit deze pogingen voorkomen en nu algemeen gebruikt worden (zoals programmeertalen of de formele taal van de predicatenlogica). Je kunt grofweg drie doelen onderscheiden die mensen hebben gehad. Het eerste doel is logica. Een denker als Leibniz wilde een taal maken die zo logisch mogelijk was, een taal waarbij je van iedere zin letterlijk kon uitrekenen of hij wel of niet waar was, een taal waarvan de structuur die van de werkelijkheid zoveel mogelijk weerspiegelde. Het tweede doel is eenvoud: vooral in de negentiende eeuw wilde denkers als Lejzer Zamenhof een taal maken (in zijn geval het Esperanto) die zo simpel mogelijk in elkaar zat, zodat de hele wereld deze met zo min mogelijk moeite kon leren. Het derde doel was vermaak: dat vind je vooral sinds de twintigste eeuw, bij J.J. Tolkien die in zijn trilogie The Lord of the Rings personages fragmenten van zijn elfen- en andere talen liet spreken of bij de talloze makers van Hollywood-films die in hun eigen wereld een eigen taal lieten spreken. In deze lezing laat ik 10 voorbeelden van bedachte talen de revue passeren. Allemaal laten ze iets zien van het wonderlijke, nog maar weinig begrepen fenomeen van de menselijke taal.

Marc van Oostendorp is opgeleid als computertaalkundige en werkt momenteel aan de Radboud Universiteit in Nijmegen als hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie, en aan het Meertens Instituut van de KNAW in Amsterdam als senior-onderzoeker taalvariatie. Hij schrijft bijna iedere dag over (de Nederlandse) taal en literatuur in het elektronisch tijdschrift Neerlandistiek, waarvan hij ook de hoofdredacteur is. Ook schrijft hij regelmatig voor bijvoorbeeld Onze Taal en NRC. Hij is al zijn hele leven geïnteresseerd in de vraag of je talen eigenlijk kunt maken of veranderen als je dat wilt, en hoe je dat dan moet doen. Hij spreekt een heleboel talen, waaronder ook bedachte talen.