Lezingen Excursies Discussiegroepen Bestuur Genootschap lidmaatschap Contact Downloads
kop-afbeelding

Koninklijk Genootschap Physica


Natuur- en Letterkundig genootschap
Nemo Solus Satis Sapit"
opgericht te Alkmaar in 1782

Hoofdmenu

Bijeenkomsten Koninklijk Genootschap Physica

Elke eerste maandag van de maanden oktober tot en met april organiseert het Genootschap een lezing op wetenschappelijk niveau. Normaal gesproken vinden de lezingen steeds plaats in het Wijkcentrum "Thuis in Overdie", Van Maerlantstraat 8-10, 1813 BH Alkmaar. De komende wintermaanden echter wijken we in verband met coronaregelgeving uit naar een andere ruimte, waar het beter mogelijk is de onderlinge afstand te bewaren. De lezingen vinden daarom vanaf oktober 2020 plaats in de Sint-Laurentiuskerk te Alkmaar aan het Verdronkenoord (niet te verwarren met de Grote of Sint-Laurenskerk). Aanvang: 20:00 uur.


Als het op dat moment weer mogelijk is om bij elkaar te komen zal op 5 oktober 2020 spreken:
spreker
Prof. dr. D.I. (Dorret) Boomsma

Hoogleraar Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

over:

"Genetica van het gedrag: tweeling en DNA onderzoek"

Dankzij tweelingonderzoek is voor een groot scala aan menselijke eigenschappen, aandoeningen en ziekten in kaart gebracht welke rol erfelijke aanleg speelt. Bij vrijwel alle menselijke karakteristieken, in de genetica vaak aangeduid als fenotypes, blijkt erfelijkheid in meer of mindere mate van belang te zijn. Fenotypes variëren van gewicht, lengte, persoonlijkheid, IQ, ziekte en gezondheid, tot leefgewoonten, en de wijze waarop de mens zijn omgeving creëert.

Een van de grote uitdagingen is om die erfelijke aanleg te karakteriseren op het niveau van DNA varianten, epigenetica en RNA expressie. Rond 2001 werd het menselijke genoom met daarin 20.000 tot 25.000 genen in kaart gebracht en de DNA sequentie bepaald van de 3 miljard base-paren die de bouwstenen vormen van het genoom. Circa 0,1% van de 3 miljard base-paren verschilt tussen mensen. De mogelijkheden om genetische varianten op te sporen zijn heel snel toegenomen, we kunnen nu miljoenen DNA varianten meten en die relateren aan een scala van uitkomsten. De kennis over die varianten staat toe dat ze vervolgens weer worden gebruikt in onderzoek, waarbij het bijvoorbeeld mogelijk is om niet alleen de invloed van varianten te bekijken die ouders overdragen op hun kinderen, maar datzelfde ook te doen voor varianten die niet worden doorgegeven aan het nageslacht, maar die via het fenotype van de ouders de omgeving bepalen waarin het kind opgroeit.

Dorret Boomsma (di.boomsma@vu.nl) is hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam met als focus onderzoek in de gedragsgenetica. Zij richtte eind jaren tachtig het Nederlands Tweelingen Register (NTR) op. De centrale vraag in haar onderzoek is waarom mensen van elkaar verschillen wat betreft gedrag, gezondheid, leefwijze, cognitie en persoonlijkheid. Met tweeling-familie onderzoek wordt het belang van genetica geschat en met een combinatie van tweeling en DNA onderzoek worden genetische en epigenetische varianten in kaart gebracht die zijn geassocieerd met menselijke karakteristieken. Recente doorbraken in dit onderzoek zijn de identificatie van de eerste genen voor het krijgen van twee-eiige tweelingen, en epigenetische varianten geassocieerd met ADHD en agressie. In 2001 ontving zij de Spinozapremie van NWO voor haar baanbrekend onderzoek op het gebied van menselijke gedragsgenetica en in 2014 benoemde de KNAW haar tot Academiehoogleraar. Dorret Boomsma studeerde psychologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam en de Universiteit van Colorado, Boulder, USA, waar ze zich specialiseerde in gedragsgenetica en in tweelingenonderzoek. Ze gaat ieder jaar terug naar Boulder om les te geven in de internationale Statistical Genetics Workshop. Ze is lid van de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Academy van Wetenschappen en de Academia Europaea. Ze begeleidde meer dan 50 promovendi en heeft een groot aantal wetenschappelijke artikelen op haar naam staan (in te zien op https://tweelingenregister.vu.nl/onderzoekers/publications ) en publiceerde een populair wetenschappelijk boek: "Tweelingen: wat meerlingen vertellen over de mens. VU University Press, 2008" dat via dezelfde website te bekijken is.



Op 2 maart 2020 sprak:
spreker
Prof. dr. J. (John) van der Oost

Hoogleraar Microbiologie aan de Wageningen University and Research

over:

"CRISPR-Cas - van biologie tot toepassingen"

Bacteriën hebben, net als mensen, te maken met infecties door virussen. En net als mensen, hebben ook bacteriën verschillende anti-virus systemen ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is het CRISPR-Cas systeem. Na de ontdekking in 2005 hebben we in detail uitgezocht hoe dit systeem werkt. Het bleek dat CRISPR-Cas heel specifiek het DNA van virussen kan herkennen, om het vervolgens kapot te knippen. Bovendien bleek dat we de specificiteit van de DNA-knippende enzymen heel makkelijk kunnen aanpassen. Dat betekent dat we in principe elke gewenste plek op een chromosoom (van virussen, maar ook van bacteriën, planten en dieren) kunnen knippen, om daar vervolgens een verandering aan te brengen. Deze fundamentele inzichten hebben geleid tot een revolutie. Het bacteriële afweersysteem kan gebruikt worden voor een groot aantal toepassingen, van biotechnologie (micro-organismen, planten) tot gen therapie (mensen). Misschien kan er nog wel veel meer, maar willen we dat ook ...?

John van der Oost is gepromoveerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (1989). Na postdoc posities in Helsinki, Heidelberg en Amsterdam, is hij vanaf 1995 leider van de onderzoeksgroep Bacteriële Genetica in het Laboratorium voor Microbiologie van Wageningen Universiteit. Voor zijn onderzoek ontving hij een aantal prestigieuze subsidies van NWO (een VICI beurs (2005), twee TOP grants (2010, 2015), en een Zwaartekracht subsidie (2017), en van de European research Council (ERC Advanced Grant 2019). Hij is gekozen als lid van de European Molecular Biology Organization (EMBO, 2013), de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW, 2017), de Koninklijke Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (KHMW, 2018), en de Academia Europaea (2019). Met name voor zijn werk aan CRISPR-Cas ontving hij in 2018 de Spinoza premie.



Op 3 februari 2020 sprak:
spreker
Prof. dr. J. C.J.M.(Kitty) Zijlmans

hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd aan de Universiteit Leiden

over:

"Van aardappels en plastic afval tot interculturele ontmoetingen"

In de kunst van heden en verleden vinden allerlei verschillende lokale, regionale, nationale, internationale, trans- en interculturele uitwisselingen plaats. Kunstenaars reizen of inspireren zich op andere manieren op wat er in de wereld gebeurt en verwerken dat op eigenzinnige wijze. De kunstgeschiedenis moet hier wat mee, want een puur op de nationale identiteit (ja, wat is dat eigenlijk?) gerichte kunstgeschiedschrijving gaat voorbij aan het feit dat ontmoetingen en uitwisselingen de vonk geven tot vernieuwing, tot inspiratie, tot cultureel engagement. In deze lezing wil ik de mogelijkheden bezien van kunstgeschiedenis als weefsel van interculturele vertellingen.

Prof. Zijlmans studeerde kunstgeschiedenis in Leiden, waar zij in 1989 promoveerde op een theoretisch proefschrift over kunstgeschiedenis en systeemtheorie. Sedert 1 juli 2000 is zij hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd/World Art Studies. In 2010 is zij benoemd tot lid van de KNAW, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Haar interesse ligt op het gebied van de hedendaagse kunst, kunsttheorie en methodologie. Daarnaast hebben de huidige interculturele processen en globalisering van de (kunst)wereld haar bijzondere belangstelling. Steeds vaker ook werkt zij samen met beeldende kunstenaars in onderzoek- en artistieke projecten en begeleidt zij kunstenaars in hun PhD-onderzoek.



Op 6 januari 2020 sprak:
spreker
dr. L.N.H. (Bertus) Bakker

voormalig algemeen directeur/ voorzitter raad van bestuur van het Trinitascollege te Heerhugowaard en voorzitter van het Koninklijk Genootschap Physica

over:

"Elk zijn museum. Openbaar Kunstbezit 1957-1988. Esthetische vorming van het Nederlandse volk"

In 1957 startte op de radio een unieke kunstcursus onder de titel Openbaar Kunstbezit. Het initiatief voor deze radioleergang werd genomen door de beeldhouwer J.G Wertheim. Het was niemand minder dan de 18-jarige prinses Beatrix die in haar eerste radiotoespraak het Nederlandse volk opriep om massaal abonnee te worden. En dat lukte, zo'n honderdduizend abonnees schreven zich in. Elke maandagavond konden zij met een fraaie kleurenplaat van een kunstwerk op schoot luisteren naar een deskundige toelichting van tien minuten. Tot de radiodocenten behoorden vooraanstaande kunsthistorici en museumdirecteuren. De kunstwerken waren afkomstig uit de musea in ons land. In 1963 verscheen de cursus ook op de beeldbuis, maar moest daar de concurrentie aanbinden met het veelbekeken programma Kunstgrepen van Pierre Janssen. Dat leidde over en weer tot boeiende confrontaties. Het doel van de cursus Openbaar Kunstbezit was de kunstzinnige vorming van het Nederlandse volk in al zijn geledingen. Een abonnee zou niet alleen beter naar kunst leren kijken, maar ook vaker een bezoek willen brengen aan een museum, zich bovendien niet meer inlaten met kitsch, ja zou zelfs een gelukkiger mens worden. Wat kwam er zoal van dit nobele streven terecht? De titel van de lezing was tevens het onderwerp van de dissertatie van de heer Bakker in 2013.