Lezingen Excursies Discussiegroepen Bestuur Genootschap lidmaatschap Contact Downloads
kop-afbeelding

Koninklijk Genootschap Physica


Natuur- en Letterkundig genootschap
Nemo Solus Satis Sapit"
opgericht te Alkmaar in 1782

Hoofdmenu

Bijeenkomsten Koninklijk Genootschap Physica

Elke eerste maandag van de maanden oktober tot en met april organiseert het Genootschap een lezing op wetenschappelijk niveau. Normaal gesproken vinden de lezingen steeds plaats in het Wijkcentrum "Thuis in Overdie", Van Maerlantstraat 8-10, 1813 BH Alkmaar. Door de problemen met het coronavirus echter, is het samenkomen hier voorlopig niet mogelijk.

Na twee pogingen de lezingen in een grotere ruimte te organiseren, die beide door de aanscherping van de maatregelen niet doorgingen, heeft het bestuur besloten de lezingen digitaal te laten plaatsvinden.

De eerstvolgende lezing die digitaal te volgen zal zijn, vindt plaats op 1 februari 2021 vanaf 20.00 uur.


Op 1 februari 2021 spreekt (digitaal via ZOOM):
spreker
Prof. dr. M. R. (Marco) de Baar

Algemeen directeur/wetenschappelijk directeur van het instituut Differ

over:

"De weg naar kernfusie"

Over 5 jaar verwacht ITER, het grote kernfusie experiment dat nu wordt gebouwd in Zuid Frankrijk, haar eerste testpuls te verrichten. Daarna moet ITER binnen 8 jaar de condities bereiken waarbij tien keer zoveel vermogen wordt geproduceerd door de kernfusiereacties als moet worden bijgestookt door externe verhittingssystemen. In deze presentatie wordt uitgelegd wat kernfusie is en onder welke condities kernfusie kan plaatsvinden. Met magneetvelden wordt de hete kernfusiebrandstof (het zogenaamde plasma) opgesloten. Welke uitdagingen zijn er om het plasma efficiënt te verhitten tot een temperatuur van 200 miljoen graden, en wat gebeurt er bij hoge plasmadruk? Waarom is het eigenlijk zo moeilijk? De Europese kernfusieroadmap, de rol van het experiment ITER en de demonstratiereactor DEMO daarin zullen worden toegelicht. Ook komt aan de orde hoe lang het zal duren voordat fusie een bijdrage kan leveren aan de energiemix. Moderne regeltechniek wordt ingezet om de zeer complexe fysica van het fusieplasma te gebruiken om tot efficiënte opsluiting te komen en om plasmainstabiliteiten in bedwang te houden. Een andere uitdaging betreft de reactorwand: deze wordt blootgesteld aan enorme warmte-, en deeltjesfluxen. Er moeten materialen en concepten worden ontwikkeld die dat kunnen weerstaan en er moeten onderhoudsconcepten worden ontwikkeld voor de grote verscheidenheid aan complexe reactorcomponenten. DIFFER beschikt over een wereldwijd unieke faciliteit waarin materialen voor fusiereactoren kunnen worden getest onder reactorcondities. Daarnaast participeerde DIFFER in de ontwikkeling van grote ITER systemen en ontwikkelde daarvoor het onderhoud met grote robots.

Marco de Baar is natuurkundige (gepromoveerd 1999) en kernfusiespecialist. Hij was 6 jaar het hoofd van de Nederlandse kernfusieonderzoek. Tevens is hij deeltijdhoogleraar aan de TU/e, waar hij zich richt op de actieve regeling van de fusiebrandstof. Sinds 1 juli is hij de directeur van het NWO instituut DIFFER.



Op 4 januari 2021 sprak (digitaal via ZOOM):
spreker
Prof. dr. ir. H. F. J. (Huub) Savelkoul

Hoogleraar Immunologie

over:

"Voedselallergie en intolerantie: mythes en mechanismen"

De mens dankt zijn gezondheid voor een belangrijk deel aan zijn immuunsysteem en voor een optimale gezondheid is een optimaal immuunsysteem dus essentieel. Het bepaalt de weerbaarheid tegenover stresssituaties en ziekteverwekkers. Dat is des te belangrijker in de jongste levensfase maar ook wanneer men ouder wordt. De laatste jaren zijn de inzichten in het immuunsysteem en de vele interacties met de voeding sterk toegenomen. Iedereen kent wel iemand met een allergie, meestal hooikoorts, soms astma, maar steeds vaker ook voedselallergie. Bij voedselallergie wordt een reactie opgewekt tegen onschuldige voedingsstoffen, zoals tegen melk, ei, vis, schelpdieren, pinda en noten, waarbij een dergelijke reactie niet hoort op te treden. Deze (onterechte) afweerreactie van het lichaam uit zich in klachten zoals buikpijn, diarree, galbulten, eczeem, en astma. Deze symptomen treden vaak al op bij baby's maar ook steeds meer bij schoolgaande kinderen en pubers. Na een eerste contact (sensibilisatie) kan er op een willekeurig moment een plotselinge ernstige reactie en chronische ontsteking optreden na blootstelling aan slechts een klein beetje van het voedingsmiddel. Soms groei je over deze allergie heen, soms blijft de allergie het hele verdere leven bestaan. Naast voedselallergie bestaat er ook voedselintolerantie en pseudoallergie waarbij de reacties ook snel optreden en sterk op een allergie lijken maar het onderliggende mechanisme anders is. Behandeling van allergische patiënten is vaak uitsluitend gebaseerd op vermijding van het contact met het (bekende) allergeen of medicamenteuze behandeling van de allergische symptomen. Ons onderzoek laat ook zien dat we bekende allergenen in voedingsmiddelen kunnen worden uitgeschakeld door ze te verwijderen via (bio)chemische zuivering, voedselprocessing (verhitting, bestraling, ultrasoon geluid, filtratietechnieken), of via genetische veredeling, selectie of modificatie van productiegewassen. Blootstelling aan dergelijke voedingsmiddelen leidt dan tot verminderde allergeniciteit en kan resulteren in het verdwijnen van allergische symptomen (tolerantie). Een betere kennis van deze processen en hun onderliggende werkingsmechanismen kan leiden tot immunomodulatie waardoor het optreden van allergie op een doeltreffende en persisterende wijze kan worden voorkomen.

Huub Savelkoul studeerde Biologie met als specialisaties biochemie, celbiologie, genetica en immunologie. Hij liep stage aan het 'Weizmann Institute of Science', Rehovot in Israël (1981). Zijn promotie onderzoek verrichtte hij aan de afdeling Immunologie van de Erasmus Universiteit in Rotterdam (promotie 1988, cum laude). Hij kreeg in 1989 de Onderzoekprijs van de Erasmus Universiteit. Van 1988 tot 1990 was hij postdoctoral fellow aan het DNAX Research Institute of Molecular and Cellular Biology, in Palo Alto in California. Hij was universitair docent en hoofddocent aan de afdeling Immunologie in Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en is vanaf 2000 hoogleraar en hoofd van de afdeling Celbiologie en Immunologie van Wageningen Universiteit. Hier geeft hij leiding aan zo'n 50 onderzoekers, stafleden, promovendi en postdoctoral fellows, gastmedewerkers en studenten. Hij ontving diverse prijzen voor zijn onderwijs en werd 'Teacher of the Year' van Wageningen Universiteit. Hij heeft bijzondere aandacht voor de interactie tussen voeding, het immuunsysteem en gedrag en is een veel gevraagd spreker over deze onderwerpen in binnen- en buitenland. Hij is actief bij post-academisch onderwijs en recent heeft hij bijdragen geleverd aan de 'Universiteit van Nederland' (zie YouTube). Hij heeft bijzondere aandacht voor de interactie tussen voeding, het immuunsysteem en gedrag. Hij is lid van diverse wetenschappelijke organisaties, de Gezondheidsraad, en is voorzitter van de Stichting Astmabestrijding. Hij heeft meer dan 400 wetenschappelijk artikelen geschreven. Hij was en is ook nu coördinator van een aantal grote (internationale)projecten gefinancierd door EU en NWO, en in samenwerking met bedrijven. Hij is lid van de editorial board van diverse vaktijdschriften en lid van diverse beoordelingsgremia binnen NWO en EU, is voorzitter van de Stichting Astma Bestrijding en is lid van de Gezondheidsraad.



Op 7 december 2020 sprak (digitaal via ZOOM):
spreker
Prof. dr. A. J. M. (Ad) van Wijk

Hoogleraar Future Energy Systems aan de Technische Universiteit Delft

over:

"Waterstof, de sleutel voor een duurzame energievoorziening"

In 1874 schreef Jules Verne in zijn boek 'The Mysterious Island' het al. "Ja mijn vrienden, ik ben er van overtuigd dat water op een dag als brandstof zal worden gebruikt en dat waterstof(...) een onuitputtelijke bron van warmte en licht zal vormen!" Hij was een visionair maar krijgt het nu toch bij het rechte eind. Maar waarom nu pas, en welke rol gaat waterstof dan spelen in een duurzaam energiesysteem? Waterstof, net zoals elektriciteit, is namelijk geen energiebron maar een energiedrager, maar waarom hebben we die energiedrager nodig? De belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen 5-10 jaar is dat elektriciteit opgewekt met zonnepanelen of windturbines op plekken waar de zon goed schijnt of de wind hard waait, heel goedkoop is geworden. We kunnen nu op die plekken voor 1-2 Eurocent per kWh elektriciteit produceren en dat is veel goedkoper dan met kolen, olie of gasgestookte centrales. Maar de plekken waar de zon hard schijnt of de wind hard waait liggen ver van waar we wonen en werken. In woestijngebieden heb je namelijk de hoogste zonne-instraling en bovendien de ruimte om zonnepanelen te plaatsen. Meer dan genoeg ruimte, want met 8% van de Sahara woestijn vol met zonnepanelen, produceer je genoeg energie voor de hele wereld. De uitdaging is nu om deze goedkope zon- en wind elektriciteit te kunnen brengen naar de juiste plaats voor gebruik op het juiste moment. En daar komt waterstof om de hoek kijken, want grootschalig transport over grote afstanden en opslag van waterstof is namelijk vele malen goedkoper dan transport en opslag van elektriciteit. In de lezing ga ik in op deze systeem rol van waterstof en hoe waterstof kan worden gemaakt, vervoerd, opgeslagen en gebruikt.

Ad van Wijk is part-time Professor Future Energy Systems at TU Delft, the Netherlands. He is guest professor at KWR Water Research Institute to develop and implement the research program Energy and Water. He is special advisor to Hydrogen Europe, representing European industry, national associations and research centers to develop European hydrogen policies with the EU commission. He is hydrogen ambassador at the 'New Energy Coalition' to realize the green hydrogen economy in the Northern Netherlands. And he holds several advisory and supervisory board positions.
Van Wijk has studied physics and did his Ph-D on Wind Energy and Electricity Production at Utrecht University in the Netherlands. He worked as an Researcher and Associate Professor, between 1983 and 1997 in the Department of Science, Technology and Society at Utrecht University.
In 1984, van Wijk founded the company Ecofys, which eventually grew into Econcern. Econcern developed many new sustainable energy products, services and projects. Examples include the 120 MW offshore wind farm Princess Amalia in the North Sea, several multi-MW solar farms in Spain, a solar cell manufacturing plant Solland and a bio-methanol plant in the Netherlands.
Since 2011 van Wijk is appointed as professor Future Energy Systems at TU Delft. His research focus on the energy systems of the future. Especially he will do research on hydrogen energy systems and fuel cell cars and has realized 'the Green Village' at the TU Delft campus.
Van Wijk achieved many important prizes for excellent entrepreneurship. Amongst others he was Dutch entrepreneur of the year in 2007 and Dutch top-executive in 2008. Van Wijk was honored by KWR, by appointing him Honorary Fellow in 2018.
Van Wijk has published many books, scientific articles and reports. Amongst others
'How to boil an egg', 2011 ISBN: 978-1-60750-989-9,
'Welcome to the Green Village', 2013 ISBN 978-1-61499-283-7,
'Our Car as Power Plant' 2014 ISBN 978-1-61499-376-6,
'3D printing with biomaterials', 2015 ISBN 978-1-61499-485-5,
'The Green Hydrogen Economy in the Northern Netherlands', 2017 ISBN 978-90-826989-0-9,
'Solar Power to the People', 2017 ISBN 978-1-61499-832-7 (online)
'Hydrogen, the key to the energy transition', 2018 article in book
'Hydrogen, the bridge between Africa and Europe', 2019 article in book
'A North Africa - Europe Hydrogen Manifesto', 2019 DII desert energy report
'Green Hydrogen for a European Green Deal; A 2x40 GW Initiative', 2020 ISBN 978-90827637-1-3
All these publications can be downloaded from his website www.profadvanwijk.com Follow Ad van Wijk at twitter @advanwijk or via his website



Op 2 maart 2020 sprak:
spreker
Prof. dr. J. (John) van der Oost

Hoogleraar Microbiologie aan de Wageningen University and Research

over:

"CRISPR-Cas - van biologie tot toepassingen"

Bacteriën hebben, net als mensen, te maken met infecties door virussen. En net als mensen, hebben ook bacteriën verschillende anti-virus systemen ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is het CRISPR-Cas systeem. Na de ontdekking in 2005 hebben we in detail uitgezocht hoe dit systeem werkt. Het bleek dat CRISPR-Cas heel specifiek het DNA van virussen kan herkennen, om het vervolgens kapot te knippen. Bovendien bleek dat we de specificiteit van de DNA-knippende enzymen heel makkelijk kunnen aanpassen. Dat betekent dat we in principe elke gewenste plek op een chromosoom (van virussen, maar ook van bacteriën, planten en dieren) kunnen knippen, om daar vervolgens een verandering aan te brengen. Deze fundamentele inzichten hebben geleid tot een revolutie. Het bacteriële afweersysteem kan gebruikt worden voor een groot aantal toepassingen, van biotechnologie (micro-organismen, planten) tot gen therapie (mensen). Misschien kan er nog wel veel meer, maar willen we dat ook ...?

John van der Oost is gepromoveerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (1989). Na postdoc posities in Helsinki, Heidelberg en Amsterdam, is hij vanaf 1995 leider van de onderzoeksgroep Bacteriële Genetica in het Laboratorium voor Microbiologie van Wageningen Universiteit. Voor zijn onderzoek ontving hij een aantal prestigieuze subsidies van NWO (een VICI beurs (2005), twee TOP grants (2010, 2015), en een Zwaartekracht subsidie (2017), en van de European research Council (ERC Advanced Grant 2019). Hij is gekozen als lid van de European Molecular Biology Organization (EMBO, 2013), de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW, 2017), de Koninklijke Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (KHMW, 2018), en de Academia Europaea (2019). Met name voor zijn werk aan CRISPR-Cas ontving hij in 2018 de Spinoza premie.



Op 3 februari 2020 sprak:
spreker
Prof. dr. J. C.J.M.(Kitty) Zijlmans

hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd aan de Universiteit Leiden

over:

"Van aardappels en plastic afval tot interculturele ontmoetingen"

In de kunst van heden en verleden vinden allerlei verschillende lokale, regionale, nationale, internationale, trans- en interculturele uitwisselingen plaats. Kunstenaars reizen of inspireren zich op andere manieren op wat er in de wereld gebeurt en verwerken dat op eigenzinnige wijze. De kunstgeschiedenis moet hier wat mee, want een puur op de nationale identiteit (ja, wat is dat eigenlijk?) gerichte kunstgeschiedschrijving gaat voorbij aan het feit dat ontmoetingen en uitwisselingen de vonk geven tot vernieuwing, tot inspiratie, tot cultureel engagement. In deze lezing wil ik de mogelijkheden bezien van kunstgeschiedenis als weefsel van interculturele vertellingen.

Prof. Zijlmans studeerde kunstgeschiedenis in Leiden, waar zij in 1989 promoveerde op een theoretisch proefschrift over kunstgeschiedenis en systeemtheorie. Sedert 1 juli 2000 is zij hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd/World Art Studies. In 2010 is zij benoemd tot lid van de KNAW, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Haar interesse ligt op het gebied van de hedendaagse kunst, kunsttheorie en methodologie. Daarnaast hebben de huidige interculturele processen en globalisering van de (kunst)wereld haar bijzondere belangstelling. Steeds vaker ook werkt zij samen met beeldende kunstenaars in onderzoek- en artistieke projecten en begeleidt zij kunstenaars in hun PhD-onderzoek.



Op 6 januari 2020 sprak:
spreker
dr. L.N.H. (Bertus) Bakker

voormalig algemeen directeur/ voorzitter raad van bestuur van het Trinitascollege te Heerhugowaard en voorzitter van het Koninklijk Genootschap Physica

over:

"Elk zijn museum. Openbaar Kunstbezit 1957-1988. Esthetische vorming van het Nederlandse volk"

In 1957 startte op de radio een unieke kunstcursus onder de titel Openbaar Kunstbezit. Het initiatief voor deze radioleergang werd genomen door de beeldhouwer J.G Wertheim. Het was niemand minder dan de 18-jarige prinses Beatrix die in haar eerste radiotoespraak het Nederlandse volk opriep om massaal abonnee te worden. En dat lukte, zo'n honderdduizend abonnees schreven zich in. Elke maandagavond konden zij met een fraaie kleurenplaat van een kunstwerk op schoot luisteren naar een deskundige toelichting van tien minuten. Tot de radiodocenten behoorden vooraanstaande kunsthistorici en museumdirecteuren. De kunstwerken waren afkomstig uit de musea in ons land. In 1963 verscheen de cursus ook op de beeldbuis, maar moest daar de concurrentie aanbinden met het veelbekeken programma Kunstgrepen van Pierre Janssen. Dat leidde over en weer tot boeiende confrontaties. Het doel van de cursus Openbaar Kunstbezit was de kunstzinnige vorming van het Nederlandse volk in al zijn geledingen. Een abonnee zou niet alleen beter naar kunst leren kijken, maar ook vaker een bezoek willen brengen aan een museum, zich bovendien niet meer inlaten met kitsch, ja zou zelfs een gelukkiger mens worden. Wat kwam er zoal van dit nobele streven terecht? De titel van de lezing was tevens het onderwerp van de dissertatie van de heer Bakker in 2013.