Lezingen Excursies Discussiegroepen Bestuur Genootschap Lidmaatschap Historie Contact Downloads
kop-afbeelding

Koninklijk Genootschap Physica


Natuur- en Letterkundig genootschap
"Nemo Solus Satis Sapit"
opgericht te Alkmaar in 1782

Hoofdmenu

Bijeenkomsten Koninklijk Genootschap Physica

Elke eerste maandag van de maanden oktober tot en met april (een enkele uitzondering daargelaten) organiseert het Genootschap een lezing op wetenschappelijk niveau. De lezingen vinden steeds plaats in het Wijkcentrum "Thuis in Overdie", Van Maerlantstraat 8-10, 1813BH Alkmaar. Iedere bijeenkomst begint om 20.00 uur pecies en duurt tot 22.00 uur.

Het programma voor dit seizoen vindt u onder 'Lezingen'.
Welke lezingen er in het recente verleden zijn geweest vindt u onder 'Eerdere lezingen'.

De gang van zaken bij de komende bijeenkomst zal vermoedelijk wederom wat anders zijn dan u gewend bent.
Bij de entree van het wijkcentrum zult u worden gecontroleerd op een vaccinatie- of testbewijs. Dat kan de gebruikelijke QR-code op uw telefoon of op papier zijn, een vaccinatiebewijs van GGD of huisarts of een vaccinatieboekje. Omdat de controles enige tijd vergen vragen wij u wat eerder te komen. Uiteraard nemen wij aan dat u geen coronagerelateerde gezondheidsklachten heeft. Verder zal er na de lezing geen pauze zijn, maar zal de vragenronde meteen aansluitend aan de lezing worden gehouden, een soortgelijke opzet dus als bij de zoomsessies. Na afloop - dat zal naar verwachting zo rond half tien zijn - bestaat er uiteraard nog de gelegenheid iets te drinken in de bar. Ten slotte zal het gebruikelijke intekenschrift voorlopig niet bij de entree liggen en zal de toelating van nieuwe leden niet via de bonenprocedure plaatsvinden. Vanzelfsprekend hopen wij van harte dat we binnen afzienbare tijd weer kunnen overgaan tot de normale gang van zaken tijdens de lezingen.

Op 6 december 2021 spreekt:
spreker
Prof. dr. L. (Kobus) Kuipers

Quantum Nanoscience, Kavli Instituut of Nanoscience, Technische Universiteit Delft

over:

Nanofotonica
-een schijnbaar onmogelijk lichtspel-

Licht maakt het mogelijk de wereld om ons heen te zien en geeft kleur aan ons leven. Licht is tegelijkertijd onmisbaar en een permanente bron van inspiratie en verwondering. Het belang van licht in onze moderne samenleving gaat echter veel verder dan het zien van dingen, nog afgezien dat leven op Aarde onmogelijk is zonder licht. Licht is zo ongeveer de meest vluchtige entiteit die in de natuur om ons heen te bedenken is: je kunt het niet vastpakken en het beweegt met de hoogst haalbare snelheid in het heelal. Toch is het "temmen" van licht in optische structuren, het vakgebied van de fotonica, nagenoeg onmisbaar voor onze moderne, informatie-hongerige samenleving, omdat zonder glasvezels het huidige internet niet zou kunnen bestaan. Onze informatiehonger is echter zo groot dat in 2030 zo'n 20-30% van al ons elektrische vermogen nodig zal zijn om het internet te laten draaien. Het probleem: het verbruik van elektriciteit voor dataprocessing, m.n. in data centers. Als we erin zouden slagen om licht te temmen op de schaal die die van elektronische transistoren benadert, kunnen we de dataprocessing met licht gaan doen. Dat is energiezuiniger en sneller. Dit vereist nanofotonica. Dit is fotonica op een lengteschaal (veel) kleiner dan die van de golflengte van licht; een gigantische uitdaging, want licht laat zich op die lengteschaal niet zo maar vangen, laat staan manipuleren. Door gebruik te maken van verfijnde nanostructuren en nieuwe concepten blijkt het schijnbaar onmogelijke toch mogelijk. Dit is niet alleen nuttig, maar ook fascinerend: licht gedraagt zich op deze lengteschaal anders dan het licht van alledag. In deze lezing ligt ik wat tipjes van de nanofotonische sluier op aan de hand van werk uit m'n eigen groep: langzaam licht, buitengewone (>1, ???) transmissie en monstergolven van licht in een chaotisch biljart.

Kobus Kuipers Kobus Kuipers studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna werkte hij in Cambridge en Birmingham (UK) als postdoc, waarna hij universitair docent en -hoofddocent werd in Twente. Hij werd op zijn 34e bijzonder hoogleraar aan de UvA en verhuisde twee jaar later naar het FOM instituut AMOLF met een deeltijd hoogleraaraanstelling in Twente. In 2014 werd hij profileringshoogleraar in Utrecht. In 2015 verhuisde hij naar Delft waar hij thans de afdeling Quantum Nanoscience leidt en in 2020 directeur van het Kavli Instituut werd. Kobus is lid geweest van De Jonge Akademie en heeft de prestigieuze NWO-Vici en ERC-Advanced subsidies verworven. In 2019 won hij de Physica prijs van de Nederlandse Natuurkunde Vereniging.

Op 1 november 2021 sprak:
spreker
Prof. dr. R.E.O. (Rudi) Ekkart

Kunsthistorisch onderzoeker en emeritus hoogleraar Universiteit Utrecht

over:

"Roof & Restitutie. Joods kunstbezit tijdens en na de Tweede Wereldoorlog"

Gedurende de Tweede Wereldoorlog verdwenen tienduizenden kunstwerken vanuit Nederland naar Duitsland. Dat gebeurde deels door min of meer gewone aankoop door Duitsers op de Nederlandse kunstmarkt, deels echter door roof en confiscatie. Vele joodse eigenaren, variërend van grote verzamelaars tot bezitters van een enkel kunstwerk, raakten in deze jaren hun bezittingen kwijt. Dat gebeurde deels ook doordat het voor vele joodse inwoners van ons land nodig was om kunstwerken tegen elke prijs te verkopen om geld te krijgen voor onderduiken of valse paspoorten. Al deze factoren speelden een rol in de opbouw van de verzamelingen van Hitler en Göring en van tal van andere nazi-kopstukken. Na de oorlog zijn duizenden werken door de geallieerden overgedragen aan de Nederlandse overheid om indien van toepassing terug te geven aan rechthebbenden, dat wil zeggen vroegere eigenaren of hun erfgenamen. Dat gebeurde in die jaren tot op zekere hoogte, maar de strikte en bureaucratische toepassing van regels leidde ertoe dat honderden kunstwerken nooit bij de rechthebbenden terecht kwamen. Tussen 1952 en 1997 was het stil op dat gebied, maar vanaf 1997 brak het rumoer over de nooit teruggeven roofkunst los. De Nederlandse regering benoemde een adviescommissie ("de Commissie Ekkart") om de problemen te onderzoeken en aanbevelingen te doen voor een nieuw teruggavebeleid. Dat leidde tot het verruimde restitutiebeleid en de instelling van een Restitutiecommissie, die adviseerde tot teruggave van honderden kunstwerken, onder andere aan de erven Goudstikker en aan de erven Gutmann. Nieuw rumoer in de afgelopen jaren leidde ertoe dat binnenkort hernieuwd onderzoek op gang zal worden gebracht dat wellicht tot nieuwe restituties kan leiden.

Rudi Ekkart is kunsthistoricus en was, nadat hij eerst bij diverse musea had gewerkt, van 1990 tot 2012 directeur van het RKD (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, nu Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis) in Den Haag. Van 2004 tot 2012 was hij tevens hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. In de afgelopen vijftig jaar publiceerde Ekkart vele boeken, catalogi en artikelen, en werkte hij mee aan tal van tentoonstellingen in binnen- en buitenland, dit alles veelal op het gebied van de Nederlandse portretkunst. Na zijn pensionering in 2012 zet hij zijn kunsthistorische activiteiten in samenwerking met zijn collega Claire van den Donk voort in de maatschap DOEK ART. Sinds 1997 is Ekkart nauw betrokken bij de vragen over roof en restitutie van joods kunstbezit gedurende het nazi-regime. Hij was voorzitter van de commissie die leiding gaf aan het herkomstonderzoek betreffende de bijna 5.000 nog onder beheer van de Nederlandse overheid staande kunstwerken, die in 1945 en volgende jaren uit Duitsland zijn teruggekeerd, en de regering adviseerde over het te voeren beleid. Hij stond mede aan het hoofd van het met het onderzoek belaste Bureau Herkomst Gezocht. Ook leidde hij het grootschalige zelfonderzoek van de Nederlandse musea naar besmette kunstwerken in hun collecties en een dergelijk onderzoek in de Koninklijke verzamelingen. In het in 2022 beginnende hernieuwde onderzoek zal hij wederom een rol spelen.

Op 4 oktober 2021 sprak:
spreker
Prof. dr. D.I. (Dorret) Boomsma

Hoogleraar Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

over:

"Genetica van het gedrag: tweeling en DNA onderzoek"

Dankzij tweelingonderzoek is voor een groot scala aan menselijke eigenschappen, aandoeningen en ziekten in kaart gebracht welke rol erfelijke aanleg speelt. Bij vrijwel alle menselijke karakteristieken, in de genetica vaak aangeduid als fenotypes, blijkt erfelijkheid in meer of mindere mate van belang te zijn. Fenotypes variëren van gewicht, lengte, persoonlijkheid, IQ, ziekte en gezondheid, tot leefgewoonten, en de wijze waarop de mens zijn omgeving creëert.

Een van de grote uitdagingen is om die erfelijke aanleg te karakteriseren op het niveau van DNA varianten, epigenetica en RNA expressie. Rond 2001 werd het menselijke genoom met daarin 20.000 tot 25.000 genen in kaart gebracht en de DNA sequentie bepaald van de 3 miljard base-paren die de bouwstenen vormen van het genoom. Circa 0,1% van de 3 miljard base-paren verschilt tussen mensen. De mogelijkheden om genetische varianten op te sporen zijn heel snel toegenomen, we kunnen nu miljoenen DNA varianten meten en die relateren aan een scala van uitkomsten. De kennis over die varianten staat toe dat ze vervolgens weer worden gebruikt in onderzoek, waarbij het bijvoorbeeld mogelijk is om niet alleen de invloed van varianten te bekijken die ouders overdragen op hun kinderen, maar datzelfde ook te doen voor varianten die niet worden doorgegeven aan het nageslacht, maar die via het fenotype van de ouders de omgeving bepalen waarin het kind opgroeit.

Dorret Boomsma (di.boomsma@vu.nl) is hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam met als focus onderzoek in de gedragsgenetica. Zij richtte eind jaren tachtig het Nederlands Tweelingen Register (NTR) op. De centrale vraag in haar onderzoek is waarom mensen van elkaar verschillen wat betreft gedrag, gezondheid, leefwijze, cognitie en persoonlijkheid. Met tweeling-familie onderzoek wordt het belang van genetica geschat en met een combinatie van tweeling en DNA onderzoek worden genetische en epigenetische varianten in kaart gebracht die zijn geassocieerd met menselijke karakteristieken. Recente doorbraken in dit onderzoek zijn de identificatie van de eerste genen voor het krijgen van twee-eiige tweelingen, en epigenetische varianten geassocieerd met ADHD en agressie. In 2001 ontving zij de Spinozapremie van NWO voor haar baanbrekend onderzoek op het gebied van menselijke gedragsgenetica en in 2014 benoemde de KNAW haar tot Academiehoogleraar. Dorret Boomsma studeerde psychologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam en de Universiteit van Colorado, Boulder, USA, waar ze zich specialiseerde in gedragsgenetica en in tweelingenonderzoek. Ze gaat ieder jaar terug naar Boulder om les te geven in de internationale Statistical Genetics Workshop. Ze is lid van de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Academy van Wetenschappen en de Academia Europaea. Ze begeleidde meer dan 50 promovendi en heeft een groot aantal wetenschappelijke artikelen op haar naam staan (in te zien op https://tweelingenregister.vu.nl/onderzoekers/publications ) en publiceerde een populair wetenschappelijk boek: "Tweelingen: wat meerlingen vertellen over de mens. VU University Press, 2008" dat via dezelfde website te bekijken is.