Het onderstaande artikel van de toenmalige secretaris Mr. J.H. Rombach werd gepubliceerd ter gelegenheid van het tweede eeuwfeest van Physica in 1982. Kleine aanpassingen en aanvullingen zijn van latere secretarissen

 

 

OVER HET GENOOTSCHAP  "NEMO SOLUS SATIS SAPIT"

DAT TEGENWOORDIG "PHYSICA" HEET

Het begin en de continuïteit

Dat de oprichting van het huidige Physica op 21 oktober 1782 eigenlijk een heroprichting was van een tussen 1759 en 1778 of 1780 bestaan hebbend genootschap, blijkt onder meer uit een gedicht zonder titel dat een van de stichters, pastoor Walree, bij zijn eerste spreekbeurt voordroeg op 27 januari 1783. Over dat oudere genootschap is overigens niets meer bekend.

De geschiedenis van Physica begon op die 21ste oktober 1782. Toen zetten 12 notabele burgers van Alkmaar hun handtekening onder de ‘Articulen betreffende een weekelijksche bijeenkomst tot aanmoediging der weet-lust .... onder de zinspreuk Solus Nemo Satis Sapit’. Een bepaald doel van het genootschap werd niet genoemd; een wekelijkse bijeenkomst tot aanmoediging der weet-lust zal voldoende hebben uitgedrukt wat men wilde. Sommige ‘articulen’ vinden we nog steeds terug in de ‘wet’ van Physica. Zo worden de bijeenkomsten nog altijd op maandagavond gehouden, zij het dat het aanvangsuur van 5 naar 8 is verschoven. Ook de ballotage door middel van witte (voor) en zwarte (tegen) bonen dateert al uit de eerste periode.

Tot de oprichters behoorden: Gerard Croll, apotheker; Jan Grisë, stads-ontvanger; Cornelis Hoefman, medisch dr., sinds 1774 lector in de ontleed- en heelkunde in Alkmaar; Nicolaas Honkoop, eveneens arts; Gerhard Kleij, apotheker; Nicolaas de Reus, Evangelisch-Luthers predikant; Johan Hendrik Rumpel, medisch dr., Cornelis van Schagen, zilversmid; Jan Lucas van der Tooren, schepen, Jacob Nanning Du Tour, een van de drie stadssecretarissen; Everardus Verlaan, boekverkoper en de al genoemde Josephus Walree, pastoor van de St Matthiaskerk in de St. Jacobstraat. Sommigen van hen lieten nauwelijks sporen na, anderen wel. Cornelis van Schagen bijvoorbeeld werd later beheerder van de instrumenten. Waarschijnlijk is hij ook de graveur van het vignet van Physica waarop enkele instrumenten te zien zijn.

Onder de oprichters van 1782 waren maar twee echte regenten: J.L. van der Tooren en J.N. Du Tour. Eerstgenoemde is beter bekend als schrijver van een boek over het oude geslacht van Brederode. Du Tour was de maecenas van het genootschap. De ondervertegenwoordiging van het bestuurlijke kader in het ledenbestand is een gegeven dat we in de hele geschiedenis van Physica terugvinden.

Ondanks de twee eeuwen van verandering die het genootschap doormaakte is dit dus onveranderd gebleven, maar het meest spreekt de continuïteit toch wel uit de oprechte wetenschappelijke belangstelling van de leden. De oude zinspreuk die zegt dat niemand alleen voldoende weet, is helaas in onbruik geraakt, maar de betekenis ervan is levend gebleven.

Wie en wat waren de leden van ‘Physica’?

Onder de oprichters en de overige leden van het eerste uur vinden we enkele patriotten. Mr. C. van Foreest is een van hen. Van de anderen mogen we aannemen dat zij in dezelfde richting dachten. Politieke ‘die-hards’ waren het zeker niet.

In de eerste ‘wet’ van het genootschap stond dat niet mocht worden gesproken over religie-zaken. Dit wordt begrijpelijk wanneer we bedenken dat onder de oprichters leden van alle kerkelijke gemeenten waren. Pas in 1801 is het verbod uitgebreid tot politieke zaken. Sindsdien is de behandeling van godsdienstige en staatkundige geschilpunten taboe.

Vanaf het allereerste begin vinden we de leden van Physica onder de maatschappelijke en vooral onder de intellectuele bovenlaag van de bevolking. Het waren ‘de dominee, de dokter en de notaris’ en dat is zo gebleven, met dien verstande dat er belangrijke nieuwe beroepsgroepen zijn bijgekomen en dat de status van de dominee van tegenwoordig drastisch verschilt van die van zijn 18de eeuwse voorganger. Een groep die altijd sterk in het genootschap vertegenwoordigd was is die der apothekers. Zij waren tenslotte vertrouwd met het doen van natuurkundige en andere proeven. Hetzelfde geldt voor de ingenieurs (van de waterstaat) voor wie Alkmaar slechts een doorgangstehuis was. A.G. Goudriaan, die later de hoogste functies in de Nederlandse Waterstaat bekleedde, is in zijn Alkmaarse jaren actief lid van Physica geweest.

Vanzelfsprekend was (en is) het onderwijs een belangrijke sector van de maatschappij waarop het genootschap steunde (en steunt). Eerst was er alleen de Latijnse School, de voorloper van het Murmellius Gymnasium. In 1865 kwam daarbij de Rijks HBS, net op tijd om voor de broodnodige nieuwe impulsen te zorgen. Zo komt conrector M.J. van Oven – wiens loopbaan aan de Alkmaarse school niet zo’n succes was; hij werd in 1830 ontslagen – te voorschijn als een productief lid in de notulen van Physica.

Voor veelbelovende leraren was Alkmaar ook maar een doorgangsstation, al kwamen sommigen nog wel eens terug om een voordracht te houden. Rectoren en directeuren waren evenwel honkvast. Onder hen zijn enkelen voor Physica van bijzondere betekenis geweest. Dit geldt in de eerste plaats dr. J.J. de Gelder, die in 1856 naar Alkmaar kwam als rector van het net gestichte gymnasium. Hij was van huis uit classicus, maar zeer bedreven in wiskunde. In zijn nieuwe woonplaats stortte hij zich direct op het genootschap dat juist toen in een ernstige impasse verkeerde. Drie bestuursleden hadden zich langzamerhand een machtspositie toegeë igend, waaraan zij aanspraken ontleenden op de instrumenten en andere eigendommen van Physica. Dankzij De Gelder, die een cursus natuurkunde aan de leden wilde geven en daarvoor de instrumenten nodig had en enkele andere leden kwam een hoogstnoodzakelijke reglementswijziging tot stand: de wet van 1857.

De opening van de HBS in 1867 vormt een zeer belangrijk moment in de geschiedenis van Physica. Zeer veel leerkrachten van deze school lieten hun sporen na in de annalen van het genootschap. Onder hen is dr. J.D.Boeke, de directeur, wel de bekendste door zijn wetenschappelijk werk. Voor é é n van zijn leraren, de zeer verdienstelijke dr. H.W. Waalewijn, hebben de leden als blijk van erkentelijkheid een grafsteen opgericht. Een derde onderwijsinstelling die veel leden voortbracht was de Cadettenschool. De opheffing van deze instelling in 1924 betekende voor Physica een gevoelig verlies aan leden.

Zo heeft het komen en gaan van bepaalde instellingen een duidelijke invloed gehad op het ledenbestand. In dit verband moet gewezen worden op het Energieonderzoek Centrum Nederland te Petten dat heden ten dage voor een ruim aantal leden zorgt.

Al in de eerste jaren zijn er ‘buitenleden’ aangenomen uit plaatsen als Franeker, ’s Hertogenbosch en zelfs Brussel. Zij moesten é é n maal per jaar een verhandeling inzenden. Dit bleek al gauw te ambitieus voor het lokale Alkmaarse gezelschap en het instituut van de buitenleden verdween dan ook weer spoedig. Sinds de 50-er jaren van de 20ste eeuw is dit beeld sterk gewijzigd. Thans woont ongeveer de helft van de leden buiten Alkmaar.

Terwijl het voor de huidige generatie leden vanzelfsprekend is dat ook dames lid van Physica zijn, is het eerste vrouwelijke lid toch pas in 1946 toegetreden. De discussie over het al dan niet openstellen van de traditioneel mannelijke kring begon in 1915, nadat voor het eerst een vrouwelijke spreker was opgetreden. De schrijfster Augusta de Wit sprak namelijk over de ‘Minangkabauers en het matriarchale stelsel’. De tijd was er toen blijkbaar nog niet rijp voor, want men kwam niet verder dan het verruimen van de introductiemogelijkheid van dames, mits de spreker daar geen bezwaar tegen had. Daarna is het onderwerp nog verschillende malen aan de orde geweest, zonder dat men tot een positieve uitspraak kon komen.

Na de tweede wereldoorlog bestond het probleem niet meer. In 1946 werden mevrouw Ir. M.C.A. van Rossen en mevrouw F. Schuitema, apotheker, als lid aangenomen. In 1970 kwam er voor het eerst een dame in het bestuur en in het jubileumjaar 1982 heeft het genootschap een vrouwelijke voorzitter.

Waar ‘Physica’ bijeen kwam

Waar het genootschap werd opgericht is niet bekend. Evenmin weten we waar de weduwe Kortwijk woonde aan wie tot in april 1783 veertig gulden werd uitbetaald voor 28 weken huishuur. Daarna is een ‘collegie-huis’ gehuurd voor 90 gulden per jaar, maar we weten weer niet waar het stond.

In de jaren 1784–1808 behoorde een eigen huis tot de eerste wensen van de leden. Op zo’n huis moesten astronomische waarnemingen mogelijk zijn. Een lokaal boven de toen nog bestaande Friese Poort en een zaal van het vrouwengasthuis bleken hiervoor ongeschikt.

Op 20 december 1784 werd het genootschap de eigenaar van een dubbel huis met erf aan het Verdronkenoord, midden tussen de Nieuwstraat en de St. Jacobstraat. Tussen de daken van het huis werd een observatorium gemaakt. Later, in 1791, kwam er ook nog een pië destal voor astronomische waarnemingen in de tuin, die op voorstel van enkele leden-apothekers werd aangelegd met een botanische beplanting.

In 1802 besloot men het huis te verkopen. De hoogst noodzakeIijke onderhoudskosten bleken niet meer op te brengen. Een gunstige beschikking van het stadsbestuur heeft toen het genootschap van een dreigende ondergang gered. Het kreeg voor zolang het zou bestaan de kosteloze beschikking over de zaal in het vrouwengasthuis, die in 1784 als ongeschikt van de hand was gewezen. Nu liet men hem op eigen kosten af en toe verbeteren. Sinds 1847 gebruikte de nutsspaarbank het lokaal ook op de zondagmorgen. Dit heeft geduurd tot 1902.

Inmiddels werd ook steeds duidelijker, dat de gemeente het lokaal wel terug wilde hebben om het ziekenhuis te kunnen uitbreiden. Het contract van 1802 vormde een belemmering, maar er kwamen toch onderhandelingen, die in 1906 leidden tot een dading waarbij het genootschap afstand deed van het gebruiksrecht op het lokaal tegen een jaarlijkse vergoeding van 100 gulden, zolang het zou bestaan met tenminste 10 leden.

In de gemeenteraad gaf dit aanleiding tot felle discussies, waarin de harde opstelling van Physica aan de kaak werd gesteld. Toch is de overeenkomst er gekomen en Physica ontvangt nog steeds jaarlijks f 100,- ofwel € 45,45 (geen subsidie, niet geïndexeerd).

Op maandag 6 april 1906 werd de laatste bijeenkomst in het omstreden lokaal gehouden. Bij die gelegenheid is voor het eerst een foto van het hele gezelschap gemaakt.
Sinds 1906 heeft Physica meerdere vergaderplaatsen gehad. Van 1906–1937 was dat de bovenzaal van de Socië teit ‘De Unie’ aan de Koorstraat. Daarna waren het incidentele adressen tot van 1956–1967 weer een vast pied à terre werd gevonden in de kleine zaal van de ‘Harmonie’ aan de Lombardsteeg, een erg fraaie ruimte in art-déco stijl, die later tot bioscoopzaal is omgebouwd. In 1977 vergaderde Physica voor het eerst in het ‘Gulden Vlies’ waar ook het tweede eeuwfeest werd gevierd. In 1986 werd dit te klein en vond Physica een onderkomen in een van de zalen van de Vrijheidskerk aan de Hobbemalaan .

Precies twintig jaar later, in januari 2007, werd ook daar de zaal te klein voor de vaak meer dan 100 aanwezigen (van de ruim 180 leden), daarom werden de maandelijkse bijeenkomsten vanaf dat jaar  in de Trefpuntkerk aan de Louise de Colignystraat gehouden. Ook het geslaagde symposium over kunstmatige intelligentie ter gelegenheid van het 225 jarig bestaan is daar op 27 oktober 2007 gehouden. Bij die gelegenheid heeft burgemeester P.Bruinooge van Alkmaar namens de Koningin aan het Genootschap Physica het predikaat Koninklijk verleend. In 2015 werd de Trefpuntkerk aan de eredienst onttrokken, zodat we opnieuw om moesten omzien naar een nieuwe locatie. Die vonden we in grote zaal van het Wijkcentrum "Thuis in Overdie".