Avondbijeenkomst 8 april 2013

Leden en genodigden zijn welkom op de bijeenkomst van maandag 8 april 2013 om 20:00 uur stipt in de Trefpuntkerk, Louise de Colignystraat 20, 1814 JA te Alkmaar. Op deze avond zal spreken:

prof.dr.ir. M.K. van Ittersum
over
"Toekomstige oogst
de dunne scheidslijn tussen myopia en utopia"

Het convocaat met aanvullende informatie voor de avondbijeenkomst kunt u hier downloaden. Heeft u problemen met het downloaden, dan kunnen deze aanwijzingen u misschien helpen.

 

De aanzienlijke stijging van de voedselprijzen voor de tweede maal in amper 5 jaar is opmerkelijk gezien de historische trend van dalende voedselprijzen sinds ca. 1875. Sinds dat jaar is honger een kwestie van armoede te midden van overvloed. De vraag is of we aan de vooravond van een trendbreuk staan, waarin honger naast armoede ook weer veroorzaakt wordt door absolute tekorten op wereldniveau. De vraag naar voedsel zal de komende tientallen jaren enorm toenemen – naar schatting met 70%. Op zich is een stijging in de vraag naar landbouwproducten niet nieuw. Ook in de 2de helft van de 20ste eeuw nam de vraag enorm snel toe door de stijgende wereldbevolking en door de toename van de welvaart. Toen is dit vooral opgevangen door een snelle toename van de landbouwopbrengsten per hectare. Areaaluitbreiding speelde maar een geringe rol. Maar de situatie in 2013 is anders dan die in 1960: de gemakkelijk te boeken vooruitgang is gerealiseerd.
Theoretisch is er nog veel grond beschikbaar die in landbouwgrond omgezet kan worden. Maar om verschillende redenen is dit niet wenselijk: de nieuwe grond ligt onder waardevolle natuur en regenwoud, is nodig voor leefruimte van mensen of is van mindere kwaliteit. Dus ook nu zullen we het vooral van toename van de opbrengsten per hectare moeten hebben.
Met behulp van de zogenaamde productie-ecologische principes kunnen we berekenen hoeveel de opbrengsten nog kunnen stijgen. Het verschil tussen de zogenaamde potentiële opbrengst en de actuele opbrengst wordt ook wel het ‘opbrengsthiaat’ (‘yield gap’) genoemd. Door deze opbrengsthiaten te berekenen voor verschillende delen van de wereld, te veronderstellen dat de opbrengsthiaatsluiting maximaal 80% kan zijn, meerdere gewassen per jaar kunnen worden geteeld in veel gebieden ter wereld en er gemiddeld geen negatieve effecten van klimaatsverandering zullen zijn, kunnen we berekenen wat de maximale landbouwproductie kan zijn. Vergelijking met de mogelijke toekomstige vraag leert vervolgens dat het theoretisch mogelijk is aan de toekomstige vraag te voldoen. Echter, het zal een enorme klus worden om deze potentiële opbrengst overal te realiseren. Boeren streven niet naar maximale opbrengsten, maar eerder naar maximale winst. De verhouding tussen prijzen van inputs (arbeid, kunstmest, etc.) en outputs (graan, melk, etc.) bepaalt wat het productieniveau is waarop de boer zal mikken. Economische motieven leiden ertoe dat het technische potentieel in veel gebieden niet gemakkelijk zal worden gerealiseerd. De huidige hogere prijzen zouden wel degelijk kunnen duiden op een historische trendbreuk. En als dat het geval is, dan is deze overgangsfase er een met bijzondere risico’s: onderzoek leert dat er juist dan flinke prijsschommelingen kunnen optreden die voor zowel consumenten als producenten moeilijk te hanteren zijn. Om te denken dat het technische potentieel voor het voeden van de wereld ruim voldoende is, is zowel utopistisch als kortzichtig. Ook omdat de kwaliteit van het milieu limiteringen zal opleggen aan de landbouwmethoden.

In de presentatie wordt dieper ingegaan op hierboven beschreven ontwikkelingen en theorie, en op een aantal factoren die mede bepalen of we voldoende voedsel kunnen en zullen produceren op korte en lange termijn, en op lokaal, regionaal en mondiaal niveau: het sluiten van het opbrengsthiaat;beschikbaarheid en gebruiksefficiëntie van hulpbronnen (fosfaat); klimaatsverandering; competitie tussen voedsel-veevoer-brandstof.

Martin van Ittersum (49)graduated from Wageningen University. His research and teaching focus on methodologies for the analysis, design and integrated assessment of agricultural systems at multiple scales. Keywords of his expertise include: agro-ecology; land use analysis; farming systems; systems analysis; optimization modeling; designing production systems; integrated assessment; policy evaluation and global food security. He was and is initiator, coordinator and co-applicant of a substantial number of projects with external funding (EU, NWO, BSIK) on developing and applying integrated methods for analysis, design and assessment of agricultural land use systems. He was the coordinator of the SEAMLESS project: System for Environmental and Agricultural Modelling; Linking European Science and Society; an EU FP6 project (2005-2009) with 30 universities and approx. 150 researchers. Currently he is co-leading the Global Yield Gap Atlas project (funded by the Gates foundation) and a large strategic programme of Wageningen University on Benchmarking agricultural systems to explore options for sustainable intensification. He has been co-editor-in-chief of Agricultural Systems, is member of several editorial boards and guest-edited ca. 10 special issues.
Expertises: Agricultural Systems, Agriculture, Arable Farming, Information Management, Plant Production Systems
Keywords: modeling, agroecosystems, farming systems, farming systems research, decision support systems, systems analysis, information systems, policy evaluation, sustainability
.