prof. dr. M.B. de Jong over "Nieuwe inzichten in de geschiedenis van de vroege Middeleeuwen" (7 maart 2011).


Mayke de Jong (1950) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam van 1970-1977. Vanaf 1977 tot 1987 was zij part-time docent aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en aan de toenmalige School voor Taal- en Letterkunde (de MO-opleiding) in Den Haag. Zij promoveerde in 1986 aan de UvA op een proefschrift getiteld Kind en klooster in de Vroege Middeleeuwen. Zij werd in 1987 hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, een functie die zij nog steeds met veel plezier vervult. Zij publiceert over politiek, religie en cultuur in de periode tussen c. 400 en c. 1000. Haar meest recente boek is The Penitential State. Authority and Atonement in the Age of Louis the Pious (814-840) (Cambridge University Press, 2009). Dit is een studie over de moralisering van het publieke debat tijdens de regering van Lodewijk de Vrome, de zoon van Karel de Grote.

U kunt haar presentatie bekijken en ophalen door onder de rubriek "downloads" de betreffende link aan te klikken; deze wordt na inloggen zichtbaar. Als u nog niet bent geregistreerd op deze website, dient u dit wel eerst te doen. Ga hiervoor naar "Register" onder "Login".

De Middeleeuwen lijken al heel ver weg, maar de Vroege Middeleeuwen, wat moet je je daar nou bij voorstellen? Volgens de gangbare handboeken gaat het om de periode tussen c. 400 en c. 1000 – althans in Europa, want voor de geschiedenis van de Islam ziet zo’n periodisering er weer anders uit. Dit is de periode die tot voor kort bekend stond als de ‘Dark Ages’; het is de periode waarin (476) het Westromeinse rijk verdween en (800) er onder Karel de Grote, koning der Franken, een nieuw westelijk keizerrijk ontstond. Toen Karel in Rome tot keizer werd gekroond, waren er nog twee andere grootmachten: het Byzantijnse keizerrijk, met als centrum Constantinopel (de voortzetting van het Oostromeinse rijk) en het kalifaat van Harun al-Rashid, met als centrum Bagdad.
Met deze drie rijken die de opvolgers waren van dat grote Romeinse rijk in het achterhoofd zal ik u binnenvoeren in de wereld rondom het jaar 800, in woord en beeld. Waarom werd Karel de Grote tot keizer gekroond? Wat waren zijn relaties met de paus in Rome, de keizer in Constantinopel, de kalief in Bagdad? Waarom was de olifant die uit Bagdad werd gestuurd zo belangrijk voor de Frankische hovelingen in het paleis in Aken? Wat betekende het voor de ontluikende westerse cultuur dat Karel de Grote vooral oudtestamentische koningen als zijn voorbeeld beschouwde? Wat waren de overeenkomsten tussen die grote rijken, en welke waren de verschillen? Belangrijk is ook om uit te leggen dat de drie gescheiden culturele sferen die tussen 400 en 1000 zijn ontstaan, binnen die drie bovengenoemde ‘keizerrijken’, nog steeds zeer bepalend zijn voor de culturele grenzen binnen onze hedendaagse wereld. Bij de vorming van hedendaagse identiteit – politiek en/of religieus – speelt dit stuk vroege geschiedenis nog steeds een belangrijke rol.